7. Even voorstellen

Waarschuwing: deze tekst is langer dan 500 woorden.

Vanaf Bonaire kwam ik niet alleen naar Nederland. Sterker nog, vanaf Sint Maarten ging ik al niet alleen naar Bonaire. Op 17 maart (Sint Patricks day 2018) zat ik op mijn porch (zo noemen ze op Sint Maarten een galerij) te genieten van een drankje toen het geluid van een te jonge poes mijn aandacht trok. Ik ontdekte Sophie, zoals ik haar later op de avond ben gaan noemen. Sophie was ongeveer een week of 4 oud en blijkbaar ouderloos. Dat betekent op zo’n eiland dat de moeder doodgereden of -gebeten is en volgens Antilliaans gebruik speelt vader doorgaans geen rol in de opvoeding. Ze liep bij de overburen en was duidelijk op zoek naar hulp. Ze was cypers en zag er niet uit. Vacht met plukjes, snotneusje en nestvlooien. Ik heb, moet ik tot mijn schroom bekennen, eerst nog geprobeerd het beestje onder te brengen bij de Amerikaanse overbuurvrouw, maar die bleek wijzer dan ik had ingeschat en huisdier nummer zoveel te weigeren. Dan maar zelf de eerste opvang doen. Binnen no-time begreep ik dat ik dit beestje niet meer zou afstaan.

De volgende dag een afspraak gemaakt bij de dierenarts waar het meisje ingeënt werd en met pilletjes, een speentje en een onderweg gekocht pak geitenmelk kon ik de verzorging van mijn nieuwe levensgezellin voortzetten. De kinderen uit de buurt waren ineens kind(eren) aan huis. Best gezellig.

Twee dagen later voetbalden de kinderen in de straat toen er eentje plotseling opgewonden naar me toekwam: “Sir, there’s another one!” Inderdaad bleek er nog een worm in lichte paniek rond te lopen in een vergelijkbare staat. Alleen dan in de kleur oranje. Ik nam onterecht aan dat het een mannetje was. Ekki, het buurjongetje dat het beestje had gespot, vroeg of hij het hebben mocht. Ik heb toen gezegd dat ik het eerst zou proberen op te knappen en daarna kon hij het overnemen. Hij mocht wel vast een naam bedenken. “Princess,” kwam hij mee. Omdat ik dacht dat het een jongetje was, hebben we er op mijn voorspraak toen “Prince” van gemaakt, wat ik wel lollig vond gezien mijn liefde voor de gelijknamige artiest. Ik heb Prince even laten meeliften op de medicijnen van Sophie om een paar dagen erna bij de dierenarts een eigen voorraad te regelen. Daar beleefde ik twee bijzondere momenten: Prince bleek een meisje en de rekening viel enorm mee. Het eerste omdat het blijkbaar helemaal geen regel is dat rode katten meestal mannetjes zijn en het laatste omdat de dierenarts een beleid voerde waarbij hij in de rekening zijn waardering voor de opvang van zwerfdieren liet blijken. Het was een van de spaarzame keren dat ik als blanke buitenlander ergens niet de hoofdprijs voor hoefde te betalen.

‘s Avonds kwamen vrienden langs en tijdens een relaas met ongeveer bovenstaande inhoud, hoorden we opnieuw een noodkreetje. In het donker met een zaklamp vonden we nog twee nestgenootjes van Princess en Sophie. Die heb ik de volgende dag gelukkig kunnen overdragen aan diezelfde vrienden. Eén van de stumpertjes heeft het niet overleefd, maar Tangerine (nog oranjer dan Princess) leeft ondertussen ook in Nederland.

De beide meisjes groeiden de eerste weken voorspoedig en behalve dat ze mijn krat met sokken als kattenbak hadden gebruikt, gedroegen ze zich netjes. Ik probeerde me niet teveel te binden aan mijn oranje pleegpoes, maar daar dacht zij anders over.

Later in gesprek met de buurjongen die op termijn de zorg over Princess zou krijgen, bleek dat hij als negenjarige het plan niet helemaal had doordacht. De poes mocht niet in huis, want mama was allergisch. Ekki dacht aan een doos naast het huis. Dat de poes daar niet beschermd zou zijn tegen loslopende honden, had hij nog niet bedacht. Ook het voer van de poes paste niet in de financiële planning. Ik begrijp best dat in de meeste landen mensen anders omgaan met (huis)dieren dan in Nederland, maar ik vond het toch mijn taak om Ekki duidelijk te maken dat het nemen van een huisdier verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Nu was zijn interesse voor de al wat groter gegroeide poes al tanende, maar toen hij kort hierna eens bij zijn vader op bezoek was en een puppy mocht uitzoeken, was het pleit beslecht: de poes bleef bij mij. De hond kreeg trouwens de naam Princess. Ik weet niet of het een meisje was.

Zo kwam het dat ik op 17 juli 2018 met een reismandje met twee poezen en een grote koffer (met onderin een luchtdicht verpakte kattenbak) op Bonaire uit het vliegtuig stapte. Een tijdje erna herinnerde mijn nieuwe vriendin me eraan dat Princess wel een hele slechte naam was. Aangezien ze oranje is, lief en stoer is toen de keuze op Pippi gevallen.

Na bijna 3 jaar poezenparadijs kwam de dag om ze mee naar Nederland te nemen. Bij TUI is het aanmerkelijk goedkoper om poezen mee te nemen dan bij de KLM, zeker omdat ze samen in een mand mogen. Dat was een flinke mand. Probleem bleek om ze er samen in te krijgen: zodra ik er eentje in had en nummer twee wilde opsluiten, schoot nummer één er weer uit. Na twee keer begrepen de dames wat de bedoeling was en lieten ze zich bijna helemaal niet meer pakken. Bij de een na laatste poging schoot zelfs het deurtje uit de voegen en ontsnapten ze tegelijk. Louise, mijn schat van een huisbaas, hielp me daarna en uiteindelijk zaten de poezen beide in de mand. Of ik het deurtje nog wilde zekeren? Nee, ik had er zo wel vertrouwen in.

In het vliegtuig waar ik overhaast ingecheckt had (er was besloten een uur eerder te vertrekken) hoorde ik in flarden een steward aan een stewardes vertellen dat er twee katten in een mandje zaten en er één ontsnapt was. Dat de eigenaar wel raar zou staan kijken. Voor ik in de gelegenheid was één van de twee sprekers aan te schieten om te checken of dit om mijn poezen ging, vertrokken we en ik heb beide personeelsleden niet meer gezien.

Gelukkig kan ik vrij goed zaken loslaten waarop ik geen invloed heb. Ik heb natuurlijk wel uit het raam gekeken en me afgevraagd welke van de twee ontsnapt was en af en toe voelde ik een steen in mijn maag. Ik heb allerlei scenario’s bedacht die er zouden kunnen gebeuren en was mezelf dankbaar dat ik ze had laten chippen. Ik werd pas wijzer toen ik in Schiphol bij de bijzondere bagage stond. Daar zag ik door het raam van een deur de kattenmand staan met alleen Sophie voor het deurtje. Halverwege de verdrietige Whatsapp aan mijn vriendin kwam ineens ook het koppie van Pippi tevoorschijn. Nooit meer zo blij geweest ze te zien.

In Nederland hebben de meisjes in eerste instantie vooral veel op de verwarming en onder het dekbed gelegen. Het was april en zeker 15 graden kouder dan op Bonaire. Maar ze zijn gewend en volgens mij best tevreden met hun leven hier.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *